[NL]
Leen Van Tichelen (°1981) werkt vanuit een diepe verbondenheid met de materialen die haar omringen en de ruimte waarin ze leeft en creëert. Haar artistieke praktijk is een voortdurende wisselwerking tussen inzicht, intentie en beweging. Nauwkeurig zoekt ze met reststukken en overgebleven materialen naar een intuïtieve balans. Daarbij maakt ze geen vormen, al zoekend ontstaan ze. Van Tichelen geeft haar materialen de ruimte om zichzelf te zijn, terwijl ze doordacht en kordaat bijstuurt. Deze authenticiteit zorgt voor robuuste structuren en delicate tekeningen waarbij dat wat ontbreekt zichtbaar gemaakt wordt.
Deze tentoonstelling opende met ACT OF A CONATIVE SEQUENCE BASE BLOCK II, een performance waarbij Van Tichelen de fysieke handeling van het herschikken van materialen uitvouwt. Het verplaatsen van stenen van de ene sokkel naar de andere toont hoe de kunstenaar voortdurend bouwt en herbouwt, denkt en herdenkt. De concentratie die nodig is om de handeling uit te voeren is bijna tastbaar. Het woord ‘conative’ in de titel betekent zoveel als ‘verbonden zijn met het mentale proces dat je motiveert om iets te willen doen of te beslissen iets te doen.’ Het conatieve is diep geworteld in ons instinct. De performance is bijgevolg een lichamelijke actie die groei versus afbraak en kwetsbaarheid versus kracht centraal plaatst. Zo keren wervels en de ruggengraat vaak terug in Van Tichelens werk uit een fascinatie voor wat de mens kan dragen en verdragen. Torsen en standhouden lopen als een rode draad door haar oeuvre, waarbij de basis zowel aanzet als uitkomst is.
Van zodra je de galerij binnenkomt zie je conative 18 (2018), een sculptuur die bestaat uit twee betonblokken die worden samengehouden door licht rafelende stof. Er gaat hier een solide poëzie schuil die een fundering heeft gevonden in de interactie. In STACK II (2024) zien we hoe elk blok op zijn manier bijdraagt aan het evenwicht van de sculptuur, alsof de ene steen alleen maar overeind kan blijven door de steun van de andere. Net als een ruggengraat hebben de blokken iets grondends, terwijl ze ook fragiel zijn en worden onderworpen aan de processen die ze ondergaan. De sculpturen ademen iets vanzelfsprekends uit. Het zijn stapels die een compleetheid in zich dragen, als sterke, op zichzelf staande schouders.
De fascinatie voor wat de mens (ver)dragen kan in Van Tichelens werk is duidelijk te zien in de reeksen BLACK BRAIN (2015), vertebrae (2016) en Larynx (2016). Zo onderzoekt Van Tichelen in de serie BLACK BRAIN de grijze massa van mensen die leed en destructie veroorzaken. De hersenen, weergegeven in glanzende, donkere verf, lijken bedekt met teer en roepen de ongrijpbare aard van de menselijke geest op. We zien een glimp van een verontrustende maar fascinerende verbinding tussen de menselijke psyche en het fysieke brein met zijn gespiegelde hersenhelften; spiegelingen die valse tweelingen zijn. De werken uit de reeks Larynx hebben een gelijkaardig effect. Beide helften samen vormen telkens een strottenhoofd dat zo groot is dat je er haast in kan verdwijnen – zij het niet zoals onder een warm deken, maar als in een overweldigende beklemming. De werken evoceren het verstikkende gevoel dat machteloosheid veroorzaakt als een dwangbuis van schurend papier.
De collagereeks 80 pieces of ten birds falling down in four different ways (2016) werd gebaseerd op de veertig tekeningen van Ten birds falling down in four different ways (2016). In de tekeningen werd onderzocht hoe je met één enkele vorm verschillende bewegingen kan uitdrukken; vanuit één basisvorm ontwikkelden zich vier nieuwe vormen, elk met een eigen dynamische verplaatsing. Voor de collages werd telkens in elke tekening op twee stukken ingezoomd als op zichzelf staande werken waar er beweging in alle richtingen plaatsvindt: op en neer, naar binnen en naar buiten. De werken uit deze reeks zijn soms op bruine stucloper gemaakt, dan weer op glanzende aluloper – een oppervlak dat Van Tichelen vaker inzet in plaats van de klassieke papieren drager. Het is een materiaal dat ze omarmt als trouwe ondergrond en dat ze zorgvuldig bewaart om te gebruiken voor nieuwe werken. Zo maken alle werken deel uit van elkaar. Het werk met nummer B5 F4 P2 verdubbelt de standaardvorm en maakt op zijn beurt de muur deel van het geheel; de muur krijgt als restvorm dezelfde waarde als het kunstwerk. Beide elementen houden elkaar in balans.
Van Tichelens proces is vergelijkbaar met minimal land art, maar dan met een persoonlijke twist, waarin de brokstukken en reststoffen uit haar omgeving zich ontwikkelen tot sculpturen die de ruimte herdefiniëren. Ze accepteert en viert de bewegingen van haar materiaal. Zo ontstaat er een oeuvre dat uitnodigt tot reflectie op de kwetsbaarheid van het leven, de zoektocht naar evenwicht, en de onvermijdelijke dynamiek van vallen en opnieuw opstaan.